Uit met Tomas


Ik zit zeker al ruim een uur op internet te zoeken. De oorzaak daarvan is dat ik een uitje met Tomas wil gaan maken.

Maar laat ik bij het begin beginnen… Ik heb 2 boekjes in de kast staan met tekeningen van historische feiten. De boekjes heten: “Jan Bouman – Het merckwaerdigste meyn bekent.” Met als subtitel “Vreemde en bezienswaardige monumenten, zonderlinge feiten en legenden, vermaarde en vergeten personages, wonderbaarlijke gedenktekens, beelden en opschriften in Nederland.”
Zo, dat is best een mond vol. Het leek me dan ook leuk om op mijn papadag met Tomas op sjouw te gaan en deze tekeningen die in 1960 zijn gemaakt in het echt te aanschouwen.

De eerste keer wil ik niet te ver weg. Met de fiets naar de oudheidskamer in Zaandijk. Daar ligt een oude gedenksteen met een inscriptie over de Bartelsluis. Maar goed… in 50 jaar verandert er een hoop leer ik alleen al van dit uitje. Om te beginnen heet de oudheidskamer geen oudheidskamer meer. ‘s Middags leer ik in het museum dat er in de omgeving door de overheid geïnvesteerd werd in 1 gemeenschappelijk Zaans museum en dat buurtbewoners daarom het pand hebben gekocht en hierin nu het Honig Breethuis gevestigd is.  Vooraf ging eerst wat research op internet. Het Zaans museum is niet meer, dat weet ik inmiddels. Dan probeer ik informatie te vinden over de sluis waar deze gedenksteen ooit heeft gehangen. De sluis is ook niet meer… op de plek waar deze sluis lag staat nu een woonwijk. De sluis was überhaupt moeilijk te vinden. Volgens de tekst ligt deze naast de “bekende” papierfabriek van Gelder. Op internet lees ik dat deze fabriek in 1981 op de fles is gegaan. In een bodemonderzoeksrapport dat ik ergens terugvind kan ik de lokatie bepalen. Het wordt me duidelijk. We gaan naar het museum dat een andere naam heeft, hopende dat die gedenksteen daar nog ligt maar een sluisbezoek zit er niet in, nooit meer.

We gaan samen op de fiets. Tomas voorop in het zitje. Achterop ligt het statief en aan mijn zij bungelt het fototoestel. Op deze manier fietsen is nog een hele kluif en ondanks de kou heb ik het heel erg warm. Tomas daarentegen niet en hij begint te bibberen.
Exact om 4 uur zijn we bij het museum. Ondanks dat ik te horen krijg dat men eigenlijk om 4 uur gaat sluiten mag ik toch nog even een foto maken. De 3 vrijwilligsters zijn heel erg behulpzaam en willen me in 5 minuten alles vertellen over de geschiedenis van het museum en tegelijkertijd alles te weten komen over mijn verhaal over de steen. Want… de steen lag na een kleine zoektocht netjes ingemetseld in het plaveisel in de tuin. 1-0 voor Mattijs en Tomas 🙂

Bij het nemen van de foto’s valt Tomas nog even op zijn snuit en heeft een bloedlip. Toch vond ik het een leuk uitje. Ik heb er wel wat lessen uit getrokken. Ik moet niet 50 jaar wachten om ook andere merkwaardige feiten te bezoeken. Ook moet ik volgende keer een grote rugzak mee om het fototoestel en Tomas zijn handschoenen in te doen. Ik beloof de vrijwilligsters om gauw weer terug te komen en fiets weer tevreden met Tomas naar huis.

IMG_0905

IMG_4392

Stemoproep

Ik zit achter de computer en zie dat ik nieuwe mail heb. Een stemoproep voor de schaduwkamer!

Wat is de schaduwkamer? Een digitale tweede kamer waar iedereen mee mag stemmen op moties die worden ingediend in de echte tweede kamer. Per partij zie je dan welke antwoorden de schaduwstemmers hebben gegeven en wat hun partij in de tweede kamer heeft gestemd. Het zijn overigens niet alle moties, dat zouden er namelijk honderden per jaar zijn. Uit de stemmingen worden alleen die geselecteerd die maatschappelijk en/of politiek gezien werkelijk van belang zijn en niet te specialistisch van karakter.

Een leuk voorbeeld voor een ingediende motie is: “stel een onderzoek in of er bezuinigd moet worden op het salaris van ambtenaren”. De schaduwkamer zegt: ja, onderzoek dit. De tweede kamer zegt: nee, dit hoeft niet onderzocht te worden. Volgens mij bedoelt de tweede kamer dan niet: “want wij zijn het eens dat ambtenaren te veel verdienen en we willen direct een voorstel waarin staat hoeveel procent we moeten inleveren.”

De grote vraag is nu natuurlijk: komen de meeste stemmingen overeen?
Op het moment dat ik dat wil gaan meten zijn er in totaal 40 moties ingediend waarover gestemd is, eigenlijk zijn het er 30 want  6 moties zijn nog niet gesloten en 4 moties zijn aangehouden, m.a.w. daar komt de tweede kamer nog niet uit.

Per motie zijn er in de schaduwkamer tussen de 10.000 en 15.000 stemmers. (De tweede kamer heeft er 150 overigens). Nu komt het: in 17 van de 30 stemmingen is er een discrepantie tussen de schaduwkamer en de tweede kamer! Met andere woorden, de tweede kamer stemt in meer dan de helft van de ingediende moties anders dan de schaduwkamer.

Nu kun je jezelf natuurlijk de vraag stellen of de politiek dan wel een correcte afspiegeling is van de maatschappij.

Natuurlijk niet… want de groenteboer bij ons op de hoek heeft wel zijn mening klaar over de maatschappij maar wil deze niet uitdragen zoals een tweede kamerlid dat wel wil. Overigens zullen ook de schaduwkamerleden niet een correcte afspiegeling van de maatschappij zijn omdat dezelfde groenteboer daar ook niet mee zal stemmen.
Toch zegt het iets over de tweede kamer. Ik ben van mening dat er een motie moet komen om te onderzoeken of de tweede kamer wel een correcte afspiegeling van de maatschappij vertegenwoordigt. Ik stem voor!

Tussen kunst en kitsch en desillusies

Al ruim een half jaar had ik de kaarten in huis liggen. En toch krijg ik het voor elkaar om op dezelfde dag 3 zakelijke afspraken in te plannen waar ik eigenlijk niet onderuit kan. Stomweg omdat ik dacht dat ik een week later naar “Tussen kunst en Kitsch” zou gaan.

De reden van het bezoek was het overlijden van oma. Vaak tijdens bezoekjes aan oma opende ze dat ene kastje en vertelde ze de verhalen die bij de bonte verzameling curiositeiten behoorden. We luisteren dan altijd met gespitste oren. De vaas die ome-die-en-die had meegenomen toen hij als kapitein op een schip naar China voer, het servies wat nog van de moeder-van-de-moeder-van-de-moeder was geweest. Terugrekenend moest dat welhaast uit de middeleeuwen komen! Ook waren er de wat mindere snuisterijen waar oma zelf altijd snel over heen praatte. “Oh dat ding, dat is gewoon een souvenir uit Limburg aan de Laan”. Er werden dan ook geen woorden meer aan vuil gemaakt en het gesprek ging direct daarna over op kristal. “… Want gewoon glas vind ik niet mooi”, zei oma dan altijd.

Een ding wist ik altijd zeker. Oma heeft voor miljoenen aan kostbare spullen in dat ene kastje. Zo belde ik een half jaar na oma’s heen gaan op een dag mijn ouders op om te vertellen dat ik net daarvoor 2 kaarten had gekocht voor Tussen kunst en kitsch in Alkmaar. En dit is echt waar: mijn moeder dacht dat ik een grapje maakte omdat ze net zelf 6 kaarten had gekocht voor dezelfde opnames op dezelfde dag, ook in Alkmaar!

Op het moment suprême ging de hele familie dus naar Alkmaar, ging ik werken en bleef Frea thuis om op Tomas te passen.
Hoe groot was dan ook de desillusie van de familie! We waren helemaal geen miljonairs. Alles bij elkaar (6×3 items) was de hele handel anderhalf duizend EU waard. Het duurste stuk was niet eens van oma maar dat kwam bij mijn zwager zijn moeder vandaan.
Wat ik zelf aan waarde heb staan van oma weet ik dus nog steeds niet, maar voor mij is het onschatbaar.

En heeeeel stiekum hoop ik nog steeds dat die vaas, dat Chinees porseleinen, hand beschilderde theeservies en dat bronzen beeld toch nog miljoenen waard zijn, maar dat vraag ik over 25 jaar nog wel eens na.

Onderhandelen

Onderhandelen is iets waar ik niet goed in ben. Of moet ik misschien zeggen was? Want inmiddels ben ik in 2 dagen tijd behoorlijk bijgeschoold op de Media Academie in Hilversum.

Diverse technieken zijn de revue gepasseerd tijdens de 2 daagse sessie in een Hilversumse villa.
Enkele zaken die me zijn bijgebleven: bij de opening maak je een elevator pitch en blijf je je statement herhalen. Mogelijk tot irritatie aan toe. Dan heb je een opening. Verder zijn de voorbereidingen uitgediept. Je begint met je eigen argumenten, de andere partij zijn argumenten en daar weer tegenargumenten op. Ook de “samen doen” tacktiek werd besproken.

Aan het eind van de 2e dag werd ik nog even onder de x-ray gelegd. Er kwam naar boven dat ik vooral aardig gevonden wil worden en dat is geen handige eigenschap tijdens onderhandelingen. Daar moet ik me altijd van bewust zijn. Bij deze staat het nog even zwart op wit.

Verder zijn er verschillende gedragstypen besproken, zowel Frank, mijn medestudent als ikzelf waren beiden gevoelsmatig supporter. Toen ik dit later navroeg bij Dave de docent gaf hij ook aan dat de meeste mensen die op eigen initiatief de training onderhandelen volgen een supporter zijn.

Hoe dan ook. Ik zal zeker veel gaan oefenen in het onderhandelen. De zwarte markt lijkt me daar de plek bij uitstek voor.