City run

De spieren voor spieren city run.
Begin dit jaar liet ik me gek maken door enkele collega’s die mee zouden rennen. Vijf kilometer voor het goede doel.
Vandaag heb ik hem gerend en zojuist heb ik de inschrijving bekeken. 17 Februari kreeg ik de email dat ik mee mocht lopen.

Ik was toen al een maand aan het trainen. Daarmee bedoel ik te zeggen dat ik 3 keer een kwartier buiten iets heb gedaan wat op rennen leek. Later ging het trainen beter omdat de loop toen echt in zicht kwam.

Het was in elk geval een feest om mee te doen. Bij de start hadden wat collega’s, waaronder Steven zich verzameld en ik stelde Kelvin aan een ieder voor. Net als ik was iedereen een beetje positief gespannen. Kelvin vertaalde het mooi door te zeggen dat hij de adrenaline voelde gieren.

We werden met zijn allen de startvakken in gedreven en ik had mooi de tijd om even om me heen te kijken. Er waren renners van allerlei allooi. Groot, klein, mager, stevig. Een enkeling had blijkbaar wat meer ervaring en worstelde zich langs ons heen om meer vooraan te komen. Achteraf gezien heel slim omdat je door de massa in het begin weinig tempo kon maken.
Een steltenloper zweepte de menigte op door de wave meermaals in te zetten. Er klonken de harde beats van goede up-tempo muziek en daarboven uit schalde een stem door een luidspreker om de feestvreugde nog meer te vergroten.
Dan het startschot. Gejuich en langzaam zette de honderden renners zich in beweging.

In het begin had ik moeite om op gang te komen. Er liepen simpelweg te veel mensen in de weg. Kelvin bleef aan mijn zij en Steven liep iets voor me.
Al na een kilometer had ik enkele mensen gezien die moesten wandelen. Tegenstrijdige gedachten kwamen bij me naar boven. Triomf omdat ik zelf door kon gaan maar ook de behoefte om ze weer in beweging te krijgen door ze aan te moedigen.
Al gauw zie ik het eerste kraampje waar mensen bekertjes water aan bieden. Ik steek mijn hand uit en grijp er eentje die wordt aangeboden. Als ik een slok probeer te nemen klotst de helft in mijn gezicht. Zo nonchalant mogelijk probeer ik het bekertje van me af te werpen, hopende dat het er zo cool uitziet dat niemand het raar vindt dat ik mezelf belachelijk en nat maakte.

Dan merk ik dat we een stuk heuvel op moeten. Ik zie daar ook enkele mensen die het blijkbaar te kwaad krijgen en moeten wandelen. Stug ren ik door. Dan zie ik bij een dame van de organisatie een bord dat het nog maar anderhalve kilometer is. Opnieuw tegenstrijdige gedachten. Nog maar anderhalf! Maar tegelijk: heb ik er nog maar drie en een half op zitten?
Ik zie nu trouwens ook meer fotografen staan van de organisatie. Van tevoren had de ijdele ik bedacht allerlei stoere poses aan te nemen. Nu ben ik gewoon blij als ik zonder te wandelen die loop uit kan rennen en kan ik aan niets denken, laat staan poseren.

Het gejuich en geklap van de mensen langs de kant helpen grotendeels mee dat ik makkelijk door kan gaan. Dan is de finish in zicht. Er staat meer volk en opeens een bord dat het nog maar vijfhonderd meter is. Dan vierhonderd, driehonderd en dan gaat het per vijftig meter. Er is nog ruimte voor een sprint en hijgend komen Kelvin en ik de finish over. Steven was er al 27 seconden.

Na 2 biertjes zit ik in de trein. Ik ben trots op mijn resultaat en denk terug aan al de keren dat ik van de winter heb getraind in de kou. Een groot contrast met de prachtige dag die het vandaag is.

Naam Mattijs de Ruijter
Afstand 5 km Oxxio prestatieloop
Categorie M5
Totaal plaats 217 / 767
Categorie plaats 196 / 458
Snelheid 11,635 km/uur
Bruto tijd 26:21
Netto tijd 25:47

Motorkriebels

Na 3 weken opnieuw sleutelen ben ik helemaal blij. De blauwe Ninja rijdt weer!
Afgelopen najaar schreef ik al dat de Kawasaki het voor de zoveelste maal had laten afweten en dat ik er helemaal klaar mee was. Ik citeer mezelf: “Na de avonturen in Schotland besloot ik dat dit het laatste avontuur van de ZX9R was.” Zie blog “de BMW“.

Toch bleken er nog nieuwe avonturen in het verschiet te liggen. Het zelf sleutelen aan de Kawa was er al één van. Omdat ik het ding wilde verkopen moest hij het wel doen. Een prijsopvraag bij een, ditmaal wel betrouwbare, lokale motorreparateur leerde me dat ik de helft van de kosten zou besparen als ik alleen maar het blok aanleverde om te laten repareren in plaats van de hele motor.

Met een paar opgetrommelde vrienden gingen we van het najaar druk aan de slag. Zelf sleutelen aan de motor, echt zo’n jongens ding. Het ging dan ook heel voorspoedig en de motor lag binnen een dag uit elkaar. Met vereende krachten werd het motorblok de kofferbak van de auto in getild en ging daar lekker olie liggen lekken. Terwijl ik naar het geraamte van de motor keek dat ik achter liet in de garage van mijn schoonvader vroeg ik me af of we dit ooit nog rijdend gingen krijgen.

Een winter later kon ik het blok weer ophalen. Met dezelfde vrienden gingen we dapper aan de slag en de eerste zaterdag kwamen we zo ver dat we meenden dat de motor weer zou kunnen rijden. Ware het niet dat we 8 bouten kwijt waren geraakt om de uitlaat vast te zetten. Dat deden we dus de zaterdag daarop. Toen moest er ook nog motorolie en koelvloeistof worden gehaald maar starten deed hij!
De vele nachtmerries die ik de winter heb gehad over schroefjes die ik over zou houden of draadjes of slangetjes die we niet meer zouden kunnen aansluiten heb ik gelukkig voor niets gehad.

Gisteren hebben we de puntjes op de i gezet door ook het kuipwerk opnieuw vast te zetten. Een korte rit later en de 142 PK stonden weer in de eigen tuin. Met plezier heb ik een korte rit gemaakt. Gepaste bedankjes aan mijn schoonvader en vrienden volgen nog.